Hong Kong terminus

Na ruim vijf weken door het fascinerende China doet aankomen in Hong Kong deugd. Het lijkt de stad bij uitstek die een ideale mix tussen oost en west heeft kunnen brouwen. Gewoon er zijn, de sfeer opsnuiven, lopen door de straten, tussen de buildings, door de marktjes en langs de havens: dat is wat Hong Kong te bieden heeft. Je vindt er weinig eeuwenoude monumenten of onmisbare trekpleisters, het is de stad zélf die aantrekt. De grootste luxe, verspreid over dure winkels in chique shopping malls aan de voet van wolkenkrabbers, wisselt er af met bazaarachtige straten waar het gonst van drukte, op elk moment van de dag, 7 op 7. In kleine steegjes leerden we de zwarte markt en de kunst van het afbieden kennen, in kleurrijke wijken proefden we de fijne keuken van de Japanners, de Thai, het Oosten. De Chinese bevolking in Hong Kong is verfijnder en beter opgeleid dan in de rest van China. Dat komt niet alleen door de economische macht van deze stadstaat, maar ook door de grotere vrijheden die iedereen hier kent, zonder de beperkende invloed van de Chinese regering—vrijheid van pers, mening, doen en laten, het is een schoon goed: denk er eens aan wanneer bepaalde partijen voorstellen doen voor een Belgische firewall.
Ons Chinese avontuur zit er bijna op: nog een laatste plons in het dakzwembad van het hotel en vanavond de nachtvlucht huiswaarts, weg uit dit boeiende land, op naar 15 graden frisser.

Pieter

(download)

Rimited Edition

Het is alom gekend dat het Chinese Engels niet echt je dat is. En erg is dat niet: je kan het een aziaat moeilijk kwalijk nemen weinig kennis te hebben van zo'n verre en vreemde taal als het Engels. Wat wél bijzonder vreemd en lachwekkend is, is de zondvloed aan fouten op officiële aankondigingen en borden. Je kan geen paneel of affiche lezen of er staan fouten in elke zin. Zelfs op in hout gesculptuurde toeristische borden, op monumentale, metershoge, in marmer opgetrokken en van zorgvuldig gekalligrafeerde letters voorziene pancartes: het wemelt van de fouten. Dat de slimme Chinezen niet zo verstandig zijn om net vóór het vervaardigen de tekst eens te laten nalezen door iemand die iets van Engels kent, het is een raadsel. Nu prijken overal in het land verspreid de lachwekkende resultaten van hun onnauwkeurigheid. Enerzijds krioelt het van de spelfouten, anderzijds staat het vol kromme constructies en letterlijke vertalingen—alsof een Vlaming het zinnetje "ik ga naar huis" in het Engels zou vertalen als "I go to house". Probeer eens de uitleg te begrijpen op de verpakking van de zakdoekjes op de foto in bijlage: dit is geen geïsoleerd geval, maar een constante.
Veel tempels staan in een prachtige natuurlijke omgeving, waar brandgevaar een risico is. Vandaar overal mooie houten bordjes "No naked fire here, please". In het zeer toeristische Lijiang krijg je als bezoeker constant stichtende boodschappen. Eentje ervan, overal in de stad op prachtige borden te lezen:  "Don' forget to keep civilized behavior during outing. and also shopping should be rational."
In Guilin wil men iets doen aan rijden onder invloed van alcohol. Langs de weg hangen grote spandoeken met de boodschap "If you drunk drive, I will remarry otters".
Het gekst, grappigst en pijnlijkst tegelijk zijn echter de leuzes op T-shirts. Je ziet ze constant en overal: de Chinezen dwepen met westerse cultuur en Engelse termen. Een kleine selectie van wat we dagelijks te zien krijgen (elke zin komt van op een andere shirt):

  • Dark … close to the midnight
  • The Godfather — Don Colreone
  • Death — Clory
  • Rhythm is no boundary
  • Go ahead, go about
  • I'm OK, but my airs sick
  • Follin love
  • Run to fast
  • Election day, by yourself taking rudder
  • Inevitarle show
  • Versaoe sport
  • Plory
  • The are fighting the briete
  • Don't bark if you can't bit
  • I wear what want
  • Rimited Edition
  • The very best of Jazz mulsic
  • Create their own future
  • Looking onward to come fol yourself
  • Way for us I love
  • Lead way for us. Ou as long as.

En zo gaat het maar door …
Gehuld in deze pareltjes doen de Chinezen niets liever dan poseren voor de foto. Overal poseren. Altijd poseren. Het liefst in een gekunstelde houding, voor een weinig zeggende achtergrond (een bord aan de inkom van een gebouw, een onbenullige pijl, een reclamepaneel voor een winkel, …). Tot hun geliefkoosde poses behoren: de vingers tot een 2- of V-teken gespreid, beide armen zijwaarts gestrekt, zijwaarts gedraaid en één been achteruit opgetrokken, een paal of pijl aaiend, enz … Heel even heb ik met de gedachte gespeeld om deze poses te imiteren in een eigen fotosessietje à la Chinoise, maar het besef van gegarandeerd misbruik van deze belachelijke foto's heeft die overweging snel in de kiem gesmoord.

Pieter

(download)

Mode, décolletés en cool kids

In twee stappen naar "meer beschaving", dat is hoe de tocht China–Macau–Hong Kong aanvoelt—tenminste als je propere straten en manieren als een graad van beschaving beschouwt. Wat mij betreft heb ik voor de Chinese overheid twee tips: (1) het inzetten en blijvend in de publieke ruimte operationeel houden van een vloot hogedrukreinigers (naar verluidt zijn er degelijke modellen made in China verkrijgbaar) en (2) het verplicht, gecontroleerd en blijvend invoeren van een cursus betere manieren, etiquette en wellevendheid in de omgangsvormen (te beginnen met een verbod op rochelen, spuwen en luid boeren in het openbaar)—zo'n beetje zoals Kurt Van Eeghem destijds poogde met zijn Courtoisiereeks. Het opkrikken van straathygiëne en fatsoen mag dan een haast onmogelijke klus lijken, de Chinese regering kan op een degelijke reputatie buigen wat betreft van bovenaf opgelegde hervormingen.
Heel anders is het hier in het fatsoenlijke en tropisch-frisse Hong Kong. Zó fraai zelfs, dat je bepaalde typisch Chinese fenomenen zou vergeten. Daarom: bij deze een korte terugblik op enkele eigenaardige constanten in de voorbije ruime maand. Vandaag op het menu: Chinese mode.

Een kleine minderheid van de Chinezen, vooral de oudere mensen, blijft de typische kledij uit de hoogdagen van het communisme dragen: de Mao-jasjes, zwarte schoentjes, net iets te korte broek. Nog traditioneler zijn de etnische minderheden: zij blijven zich tot vandaag nog onderscheiden door hun bijzondere gewaden en eigen kleuren. Wat echter meer onze aandacht verdient is de kledij van de man en vrouw in de straat, de modale Chinees. Bij de mannen valt er niet veel op te merken, op het vreemde feit na dat ze bij warm weer hun shirts omhoog oprollen, zodat de onderste helft van hun buik zichtbaar wordt. Neem het van ons aan: geen zicht.
Van de doorsnee Chinese vrouw kan niet gezegd worden dat ze geen aandacht besteedt aan haar uiterlijk: terwijl in België een aanzienlijk deel van de vrouwelijke bevolking erbij loopt alsof het Chirokamp net moet beginnen, gaan in China hakschoenen, schminkdozen en elegante jurkjes vlot over de toonbank. Wat onmiddellijk opvalt is de vreemde keuze van materialen: voor de schoenen overheerst plastiek (vooral in Beijing is de lederen schoen een zeldzaamheid), voor de kledij vind je een waaier aan nylon-achtige synthetische stofjes, als doopsuikernetjes of suikerbollenzakjes, precies crêpepapier, waarmee we vroeger bloemen maakten. De truitjes en jurkjes zijn vrijwel altijd bedrukt met vaak krullige of bloemachtige motieven, meestal in pastelkleuren of fluo en heel vaak versierd met blinkende en flikkerende afwerking, nylon-kanten randjes, franjes. Het geheel heeft vaak iets van poppe- of prinsessekleertjes of een eerstecommunietenu, soms zelfs van lingerie. De blinkers zijn vaak hart- of diamantvormig en de prints bevatten meestal melige woorden als happy, love, harmony, heaven … wat enigszins kinderlijk overkomt. Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat veel garderobes van volwassen Chinese vrouwen nogal kinds zijn en niet zouden misstaan in de gemiddelde Vlaamse verkleedkoffer.
De opmaak en opsmuk die je hier vaak ziet is verre van lomp, veeleer fijn en elegant, maar toch niet echt sexy—het heeft meer iets sprookjesachtig. Over sexy gesproken: wat in China totaal ontbreekt zijn decolletés: de net iets dieper ingesneden blouse is hier een schaars fenomeen. Dit betekent helemaal niet dat de vrouw er hier preuts bijloopt of zich helemaal verhult, laat staan dat ze gebukt gaat onder iets als het compleet absurde juk dat de gemiddelde moslimvrouw heden ten dage moet torsen, in een verstikkende houdgreep gekneld door zogezegd heilige tradities onder het mom van een door mannen en macht bekrompen gehouden Godsdienst. Wel integendeel: er lopen hier knappe vrouwen rond die zich graag laten zien, maar de decolleté hoort niet bij die parade.
Er dient ook opgemerkt dat slechte combinaties hier vaak een aanval op het netvlies vormen. Oké, over smaak valt te twisten, maar net zoals je geen frieten bij rode kool of mayonaise bij koffie eet, combineer je ook geen blouse met rozenprint met een tijgerbroek, bovenop fluo baskets. In China kan het perfect: men graaie willekeurig in de kleerkast en men trekke aan. Als je weet dat hét attribuut bij uitstek de namaakhandtas is (Gucci, Vuitton en Chanel zijn hier gemeengoed), dan kan je je wel een voorstelling maken bij de potsierlijke verschijningen die vaak ons gezichtsveld kruisten. Kers op de taart vormt héél vaak een T-shirtbedrukking vol fouten tegen het Engels, maar daarover later meer.
Als wapens tegen de zonne-angst bestaat een heel arsenaal aan beschutting, dat liefst in veelvouden gecombineerd wordt onder de beschermende paraplu: grote kleppen, flapperende hoeden, zwalpende hoofddeksels, handschoenen, extra mouwen, jasjes achterstevoren aangetrokken, … Chinezen houden van een blanke huid, blijkbaar. Waar ze ook een voorliefde voor hebben, is uniformiteit. Vaak zie je hier koppels of hele gezinnen in dezelfde kledij, met dezelfde T-shirts, dezelfde schoenen, dezelfde kleuren, … Raar maar waar. Even terzijde: ook de Vlaamse toerist (een niet eens zo zeldzaam fenomeen in China) laat zich eveneens graag herkennen door zijn uniform. Beige shirt, beige broek (liefst bermuda, van veel zakken voorzien of van het afritsbare type), heuptasje, crocs of monsterlijke tevasandalen, een rugzakje met 38 vakjes en een drinkslang en een algemene look als betrof deze reis een tropenexpeditie. Ik ken winkels die aan deze vorm van kuddegeest fortuinen verdienen.
Een aparte plaats in dit kleurrijke tafereel proberen de cool kids in te nemen, de hipsters die hard proberen een eigen plek te veroveren in dit land van zwarte haardossen en kuddegeest. Op aandoenlijke wijze experimenteren ze met kledij en kapsel om er anders dan de rest uit te zien, een fenomeen dat universeel is, alleen hier niet altijd het gewenste resultaat oplevert, met hun gepermanenteerde en gecrepeerde kapsels, de baseballpet er vakkundig bovenop geplaatst. "Ge zoudt ze vijf frank geven", denk ik wel eens, en gaf je ze de opdracht om te voet het centrum van Gent door te trekken, ze haalden de andere kant van de stad niet zonder dat de plaatselijke jeugd spontaan de oude traditie van pek en veren in ere herstelde.
Tot slot, en niet zonder afgrijzen, dient de kleine dikkerd vermeld te worden, opvallend in een wereld van slankheid. Als treurig exponent van de rijker wordende nieuwe Chinese middenklasse, duikt het pafferige kleine zoontje steeds vaker op, vetgemest door trotse ouders, zweetparels op het voorhoofd, plooi in de nek, met zwabberende leden. Het degoutantst is zo'n popperd wanneer hij vanop de passagierszetel van een witte BMW met z'n in vet verzonken oogjes de massa aanschouwt, geflankeerd door twee slanke ouders en een slank zusje. Ik gruwel bij de aanblik van deze kleine keizers.
Laten deze uitwassen echter geen negatief beeld nalaten: meer dan eens waren we gecharmeerd door de openheid en hoffelijkheid van de Chinezen, die ons doorgaans goedlachs en vriendelijk onthaalden—een contrast met de koude afstandelijkheid die ons vanaf volgende week in de openbare plaatsen van ons land te wachten staat.

Pieter

(download)

Via Griekenland en Amsterdam naar Hong Kong

Na een laatste tocht door Chinees–Portugees gebied, blijkt op de bus naar de Ferry Port van Macau dat we nog lang niet alles gezien hebben van dit bijzondere eiland-staatje: nog meer blinkende megabuildings, nog meer casino's, nog meer gokpretparken op zoek naar argeloze slachtoffers. Langs de haven torent een fake vulkaan uit boven een replica van een Grieks–Romeins stadje; wat verderop rijden we langs iets wat van ver lijkt op de verboden stad in Peking. Bellewaerde voor volwassenen, met geld als inzet.
Uitchecken uit Macau en inschepen op de ferry (een soort turbojet of catamaran) verloopt heel vlot. Bij het buitenvaren uit de haven zien we langs de kade nog een namaak-Amsterdam, met gevels van herenhuizen en walletjes: crazy, en aandoenlijk.
Na deze laatste Disneylandervaring varen we plots op zee tussen onbewoonde eilandjes, en dan ineens is daar die verbluffende skyline van final destination: Hong Kong. Bestaan er mooiere manieren om deze haast mythische stad binnen te komen? Onder een staalblauwe lucht varen we Victoria Harbour binnen—een machtig en tegelijk klein gevoel, bij de aanblik van de impressionante sky scrapers.
De metro op naar Mong Kok, in het hart van Kowloon, en even later staan we op straat, temidden van een vochtige warmte en een krioelende mensenmassa. Het kost ons amper een paar honderd meter (of beter: yards, want deze stad ademt zijn Britse koloniale verleden nog uit) om aan te voelen dat Macau (al een pak westerser dan China zelf) slechts een opstapje was naar de nieuwe wereld van Hong Kong. Alles is hier anders dan in China: Aziatisch pur sang en toch veel westerser, schone straten, geen vieze geurtjes, overal Engels naast Chinees, herkenbare winkels en zowaar welgemanierde mensen! Tot op heden nog geen rochel of boer bespeurd, wat in China manifest onmogelijk is. Het is er druk, maar niet claustrofobisch: met een merkwaardige en haast vertrouwd aanvoelende soepelheid beweegt deze miljoenenstad zich voort.
Wij nemen onze intrek op de 18e verdieping van een meer dan behoorlijk hotel (soms mag het—zoals bij de beenhouwer—al eens wat meer zijn), met net boven ons op de 19e verdieping het openluchtzwembad. We kunnen daarmee leven.

Pieter

(download)

China, Portugal of Venetië?

Ook al waren de bedjes in de nachtbus naar Zhuhai op Chinese maat gemaakt, slechts lichtjes uitgeschud stonden we 's ochtends aan de grens. Het schiereiland Macau is tegelijkertijd een deel van China en een entiteit op zichzelf—in de verte vergelijkbaar met Monaco in Frankrijk. De gevolgen daarvan voor ons: immigratie aan de grens (China verlaten, visum afstempelen, papieren invullen, Macau binnenstappen), een nieuwe munt (Macause dollar), geen Chinese firewall meer (en dus terug toegang tot een normaal en onbeperkt internet). Onmiddellijk valt de nieuwe tweetaligheid op: overal flankeert het Portugees het Chinees. Ook Engels blijkt hier in een meer aanvaardbare versie gekend en gebruikt te worden. Keerzijde: gedaan met de spotgoedkope Chineze prijzen.
Als je op voorhand overal een resort-achtige, oud-Portugese koloniale sfeer verwacht, met Fadomuziek tussen de palmbomen en de geur van gebakken sardienen, kom je licht bedrogen uit: het eerste wat opvalt is de mix van bekende aftandse Aziatische straatbeelden met een Zuid-Europese invloed. Hoe verder je doordringt op het schiereiland, hoe meer je botst op het Portugese verleden van Macau: gezellige pleintjes, geplaveid in zwart-wit, kerkjes en een kathedraal in zuiderse kleuren, hier en daar wat moorse invloeden (uit de tijd dat Portugal ook een stevige voet aan de grond had in India en andere delen van Zuidoost-Azië). Om het geheel af te maken bekronen we met heerlijke Portugese eiertaartjes, onder het goedkeurend oog van nog maar eens een Boeddha, in kleurrijke wierook gehuld.
Nog een andere dimensie van Macau openbaart zich pas in haar volle glorie wanneer de avond valt. De monumentale gebouwen hadden onze aandacht wel al getroffen, maar pas wanneer de lichtreclames oplichten, spat de glamour je compleet in de ogen. Als in een Aziatisch Las Vegas stappen we langs fel verlichte waanzinnige gebouwen, en even later lopen we door speelzalen (helaas: foto's verboden) die de sfeer van de eerste Bondfilms uitademen. Aan de monumentale toog kiezen we na enige twijfel toch de Stella boven de Dry Martini en worden we vergast op een dansoptreden van bijzonder schaars geklede dames, die zonder de grens van het fatsoen te overschrijden hun stiel meer dan behoorlijk kennen. Nergens heeft het volledige complex iets van vergane glorie: alles straalt klasse uit, en een dagelijks gegarandeerde omzet.
Ten Zuiden van het schiereiland verbinden drie monumentale bruggen een eiland met Macau. Op de bus horen we tussen het Chinese gekwetter de ronde klanken van het zacht soezende Portugees. Aan de zuidpunt zoeken we verkoeling aan een strand met zwart vulkanisch zand. Chinezen zijn er amper te vinden, en als je ze er aantreft zijn het de mannen en kinderen die het water in duiken, terwijl de vrouw met opgetrokken jeans of kleedje aan de rand van de baren kiekjes maakt—de zonne-angst, herinner je je nog? Verder zijn we er bijna alleen, op drie westerse jongedames na, nog schaarser gekleed dan de casinodanseressen. Ze laten er de zon maximaal inwerken op hun frêle lijven (ons vermoeden is eigenlijk dat zij gewoonweg die danseressen zíjn)—scherp contrast met de schuwe Chinese dames.
Centraal op het eiland duiken we terug de wereld van het gemaakte vermaak binnen. Het nagelnieuwe complex "City of Dreams" biedt de perfecte shoppingervaring, tussen watervalmuren, een Bubblecinema (grootste 3D-projectie ter wereld) en hostessen die ervoor zorgen dat je nooit langer dan 30 seconden met een vraag verveeld zit. Maar aan de overkant van de straat vind je pas echt het übervoorbeeld van kitsch: The Venetian. De naam vertelt genoeg: een nagebouwd Venetië herbergt een reusachtige casinocomplex, compleet met San Marcoplein, Rialtobrug, Gran Canal, enz… Waanzin. Om de drie minuten voeren autocars volle ladingen klanten af en aan naar het Grand Hotel, de speelzalen en de shopping streets van dit consumptieparadijs. Binnenin brengt een gouden gang je naar een glamoureuze centrale hall, waar je doorgesluisd wordt naar de bevrediging van meer behoeften dan je lief zijn. Het shoppinggedeelte bevat luxeshops (met voor het eerst eens de échte merken i.p.v. de namaak), indoor pleinen en kanalen met gondeliers, Italiaanse zangers, Venetiaanse gevels—het summum van het maakbare geluk op een dienblaadje. Bijzonder bevreemdend allemaal, en hoogst amusant.

Pieter

(download)

Moon Hill, Water Caves en aalscholvervissen

Mocht je het nog niet doorhebben: het is fijn toeven in en rond Yangshuo. Voor we nogmaals de buiten op trekken, lopen we nog even langs op de lokale overdekte markt—benieuwd of we de hond, rat ("bamboerat", meerbepaald) en slang van op de menu's zouden te zien krijgen. Frigo's en ijs zoek je er tevergeefs, maar hopen opgestapelde bekende en onbekende fruit- en groentesoorten flankeren er nét wel en nét niet geslachte diersoorten. Je kiest er als klant je kippetje, vis, schaaldier, slang of konijn uit uit de juiste kooi of emmer, en enkele slacht- en schoonmaakbewegingen later heb je je vlees mee, levendevers—niet voor gevoelige kijkers.
Chinezen geven objecten uit de natuur (een steen, een rotspartij, een boom, een berg) graag tot de verbeelding sprekende namen. Zo wordt een heuvel al snel "Moon Hill" genoemd. Vanop die maanheuvel overschouwen we nogmaals de prachtige streek. Terug beneden durven we het aan een alom geafficheerde must te gaan bezoeken: de zgn. "Water Caves": grotten met o.a. modderbaden en warmwaterbronnen. Op alle posters en folders wordt er gewaarschuwd dat er ook "valse" watergrotten zijn, waar je als toerist voor hetzelfde geld heel wat minder krijgt. Heel de reclamecampagne, incl. aandoenlijk gephotoshopte bootjes die op onnatuurlijk blauw water de grot binnenvaren, wekt een verwachtingspatroon naar iets professioneels. Een gammele rammelbak die ons naar de entree transporteerde, reed heel dat verwachtingspatroon in één rit naar de vaantjes. Wat er nog van restte werd door de ingangspoort (ongeveer alsof je langs de hof van een boer zijn schuur zou binnentreden) compleet met de grond gelijk gemaakt. Very professional indeed.
De grot zelf maakte die indruk ruimschoots goed: een lange uitgestrekte reeks zalen en gangen, met loopbruggetjes en eenvoudige elektrische verlichting, prachtige stalactieten en stalagmieten, colonnes, tot de verbeelding sprekende rotsformaties, … Tijdens de tocht werden we vergezeld door een groep Chinese toeristen. De gids gaf zijn uitleg in het Chinees en het Engels. Net als bij vorige gidsbeurten op andere plekken, trof ons weer de voor ons zeer ongewone manier van gidsen: i.p.v. uitleg achter en over de dingen—in dit geval: wat geologie, wat informatie over hoe de grotten ontstaan zijn, wat toelichting bij de bijzondere natuurlijke fenomenen die we onder ogen kregen, krijg je een puur oppervlakkige beschrijving van wat je zelf kan zien, hier en daar aangevuld met compleet belachelijke vergelijkingen tussen de vorm van een rots en iets uit de werkelijkheid. Enkele voorbeelden: hier zie je een grote rots; deze rotsen lijken op de vleugels van een vlinder; daar zie je precies een zittende Boeddha; hier komt water uit de grond; en zo gaat het tot in den treure door. Dat het niet aan het gebrekkige Engels ligt, weten we wel zeker: ook gidsen bedreven in de Engels taal blijven constant op de oppervlakte, en wanneer je tempels, musea of sites bezoekt waar je grote tweetalige pancartes ziet met uitleg over een gebouw of beeld, zegt de tekst nooit iets meer dan wat je zelf ook kan zien (genre: hier zie je een Boeddha, met aan zijn linkerkant nog een Boeddha, terwijl aan zijn rechterzijde ook een Boeddha zit).
Om ons grotbezoek te besluiten past het nog iets te vermelden over de groep Chinese toeristen die ons omringde en de andere groepen die ons pad kruisten. In de grot sigaretten opsteken, om het luidst roepen (leuke echo's in zo'n grot), zingen, luid praten, de stomste poses aannemen, alles aanraken en het wereldrecord foto's nemen proberen verbreken: werkelijk alles wat wij als westerling zouden nalaten te doen in zo'n wonderlijke omgeving, doen zij om het hardst. Wij voelden dat de grot ons aanmaande te fluisteren, vol ontzag de eeuwenoude grillige vormen met respect te behandelen. Zij walsten er als een kleuterkudde doorheen. Groot was de verlossing toen we ze achter ons lieten, en zeker een halfuur lang alleen, samen met twee Fransen, door de stille gangen wandelden.
's Avonds gingen we in het halve duister het meer op, om te zien hoe vissers hun getrainde aalscholvers gebruiken om vis te vangen. Rond hun hals is een touwtje geknoopt, dat hen belet de vis door te slikken: wanneer de visser dit merkt trekt hij hen op de boot en haalt de vis uit hun bek. Na de vangst wordt het halsbandje losser gemaakt en mogen de jagers hun trek stillen—een vreemde maar fascinerende samenwerking tussen mens en dier.
We hadden nog Chinese kooklessen kunnen volgen, gaan raften of de streek nog wat verder verkennen, maar de laatste week van ons Chinees avontuur gaat in. Straks nemen we de nachtbus naar Zhuhai, aan de zuidkust. Daar stappen we morgenvroeg het mainland uit en lopen we het schiereiland Macau binnen, een oud-Portugese kolonie en nu het Las Vegas van het oosten.

Pieter

--
This message has been scanned for viruses and
dangerous content by MailScanner, and is
believed to be clean.

(download)

Tussen karstrotsen op de Li-rivier

Yangshuo langs de Li-rivier, anderhalf uur ten zuiden van Guilin: smelten kan je hier op twee manieren—van de tropische hitte, en van de buitenaardse schoonheid van de omgeving. Zeggen dat je naar Yangshuo gaat, ontlokt menig Chinees enthousiaste en licht jaloerse reacties. Op de bankbriefjes van 20 yuan prijkt het unieke en betoverende landschap. Alsof je in een groene, vruchtbare vlakte, waarin ondiepe, brede rivieren rustig meanderen, reusachtige keien half in de grond zou duwen—zoals je dat in het zand op het strand doet, zo rijzen hier gracieuze rotspartijen en heuvels op. Als imposante monolieten staan ze solo her en der verspreid, met rondom zich het vlakke groen en de rivier. Samen creëren ze een decor van aan de einder steeds vager wordende kegels. Het beste kan je dit wonderlijke landschap appreciëren door er op een bootje, liefst een traag dobberend bamboevlot, doorheen te varen.
Geen wonder dus dat Yangshuo volk trekt, met hopen: het centrum bestaat uit een verkeersvrije straat met toeristenwinkels (die variaties op het thema "brol" aan de man trachten te brengen), cafés en restaurants. Er is zowaar een Frans restaurant—het zelfgebrouwen bier is er lekker en de escargots vallen er ook niet tegen. Afdoende middel tegen de hitte: op de kade zitten, af en toe eens dobberen en de terrassen sponsoren. Even buiten de stad is het contrast met de toeristendrukte groot: je bent er onmiddellijk alleen tussen de wondermooie natuur. Op de boot en met de fiets doorkruisen we de omgeving, tussen de waterbuffels en de rijstboeren, onder de verschroeiende zon. Af en toe moeten we gewoon het water in, zo heet is het.  De omgeving noopt tot een traag ritme, dat we ons zonder tegenpruttelen laten welgevallen.

Pieter

(download)

Wind- en regenbruggen

Verder doordringen in het binnenland van China betekent: steeds minder stad, steeds minder industrie, steeds minder Han-invloed. Na de rijstterrassen van Ping'an en Longi kronkelen we langs bergwegen en door valleien verder het noorden van Guanxi in. De kleine stadjes waar we van bus wisselen blijven die typische chaotische heksenketel die zo eigen is aan een Aziatische stad, maar daarbuiten is het groen, rust en rijst. De plaats van bestemming is Chengyang: een groep Dong-dorpen die nog relatief onaangetast zijn door toerisme en het leven in de 21e eeuw. Houten huizen, traditionele klederdracht, waterraderen in de rivier, amper auto's: het lijkt er alsof de tijd heeft stil gestaan. Vaak hoor je tegen de achtergrond van sjirpende insecten en het klotsen van de rivier niet veel meer dan het gonzen van de pedalen van de rijstoogstmachines (de boeren bedienen de houten "rijst-dorsers" met de voet, als een oude naaimachine) en het kletteren van de rijstkorrels tegen de houten wanden van de bak. Her en der in het dorp ligt de pas geoogste rijst te drogen.
Om de rivieren die rond en door de dorpen stromen over te steken, bouwen de Dong-mensen al sinds oudsher zgn. wind- en regenbruggen: houten bruggen over het water, voorzien van een dak, paviljoenen en muurtjes met banken. In deze broeierig hete zomerdagen bieden ze verkoeling en vervullen ze de functie van afspraakplaats: er wordt loom gekaart, kinderen hangen er rond, oudjes staren er vanuit de schaduw in de verte. In het centrum van de dorpen staat ook steeds een drumtoren: de senioren komen er samen om naar de drops-tv te kijken en de leden van de plaatselijke folkloregroep hebben er hun instrumenten staan. Op een pleintje maken we een optreden mee van Dong-dansers en -danseressen. Tijdens de vertoning krijgen we slangewijn te drinken. Aan de rand van de dorpen zien we hoe de mensen van de rivier afhankelijk zijn: ze doen er de was, wassen hun haar, spoelen hun groenten. Aan de oever staan bananenplanten. Vlinders zo groot als handpalmen vliegen rond. De natuur toont zich hier van een heel weelderige kant.
Terugkeren naar de stad zal voor een groot contrast zorgen. Vóór we dat doen, trekken we eerst naar het zuiden van de provincie, waar een betoverend karstlandschap ons opwacht.

Pieter

(download)

Het verhaal van Mister He, of de missie in China

P7251475

Een week geleden vond een bijzondere ontmoeting plaats—het sluitstuk van de He-missie. Het uit de doeken doen van wie of wat die He precies is, laat ik graag over aan gastschrijver Jean-Marie Schepens, naast (ex-)dorpsgenoot (beiden maakten we Gavere, prinsdom aan de Schelde, reeds meermaals onveilig) en oud-collega tevens patroon van de missie.
Ik laat Jean-Marie even aan het woord:

Een missie voor Pieter in China

Als ik weet heb van een naar China reizende vriend met zin voor avontuur én sociaal contact, bloeit mijn Chinese ‘friendship tree’ – zoals zij het graag bloemrijk uitdrukken – en moet ik die marcopolo’s een missie meegeven (wat mij betreft steeds een leuk gegeven op reis: een subdoeletje). Die luidt: probeer mister He Li-Yi te bezoeken in Dali of Shangbodian en doe hem mijn warmste groeten, omhels hem. Wie is mr He?

Hij is een gepensioneerde Chinese leraar Engels uit Kunming (en Dali) die door Mao’s Culturele Revolutie als verrader werd bestempeld en uit zijn milieu werd gedeporteerd om werkkampen te doen zoals bomen rooien voor de aanleg van een dam, buffels hoeden, olie uit perzikpitten winnen of vernederende taken zoals de publieke toiletten leegmaken en daarmee de rijstvelden bemesten. In 1985 onder Deng Xiao Ping werd mr He gerehabiliteerd als leraar Engels, maar dat laatste was zo geoxydeerd dat via het leraarsmagazine Practical English Teaching (PET) contact zocht ‘om zijn Engels te oefenen’. Zo correspondeerden wij met elkaar en elkaars klassen Engels, van 1985 tot 1996, het jaar waarin de familie Defraeye ons uitnodigde naar Shanghai en we daaraan een excursie van 2.000 km verder koppelden naar de provincie Yunnan. De ontmoeting met mr He was uniek: hij had midden de drukste straat van Dali een enorm bord opgesteld: Welcome to the Schepens Family! Hij runde toen on the side zijn Mr China’s Son Cultural Exchange Bridge Café (cf. Lonely Planet van toen). Daar verkocht hij zijn in het Engels geschreven levensverhaal in boekvorm. Ik beloofde hem het te vertalen in het Nederlands. Dat geschiedde en ik kon het uitgeven bij Houtekiet (‘Zoon van China’) op voorwaarde dat mr He himself het boek kwam promoten in de media. Hij combineerde dat met een reis van gastcolleges aan Amerikaanse univs en gaf in België en Nederland interviews aan alle vooraanstaande kranten en tijdschriften. Hij hield ook een voordracht met dia’s aan de UGent én in ... De Gulzigen Bok in Vurste, waar 120 mensen waren en er slechts 60 binnen kunnen, vandaar onvervalste Chinese chaos. Mr He beleefde hier de time of his life (cf. foto’s bij Madeleine, in den Uilenspiegel etc.) Dat was in 2000 en sindsdien heb ik hem niet meer terug gezien. Hij is nu 80. Daarom wil ik hem altijd een dikke hug geven via een vriend. Dat was (o.a. ook Franklin Hermie’s) Pieters missie in China. Mr He heeft zich echter teruggetrokken in de bergen van Yunnan en schuwt contact wegens zijn ouderdom. Zijn zoon He Lu-Jiang nam de rol van gastheer over van mr He. Hij was één weg voor Pieter om China ‘van binnen uit’ te leren kennen. (Jean-Marie Schepens, die de blog van Pieter met dit oogmerk speciaal volgt)

Uiteraard pakten we deze koe bij de horens. Dat het wat voeten in de aarde gehad heeft om de juiste wijze van communiceren te vinden, zal wel begrijpelijk zijn, maar na heel wat e-mails en telefoontjes bleek onze gesprekspartner Lu-Jiang te zijn, de zoon van Mr. He. Tot onze grote spijt kon He himself niet afzakken naar Dali: de afstand is voor zijn hoge leeftijd te ver. Hem in zijn eigen Sangbodian bezoeken was volgens hem en Lu-Jiang geen optie—te ver, te afgelegen (te primitief?).
De tijden dat een westerse toerist aan zijn lot, en dus aan Chinese vrienden, overgelaten was om de streek te kunnen verkennen, zijn al lang achter de rug. En net als heel veel Chinezen heeft Lu-Jiang het ontzettend druk met zijn werk, als English teacher op de univ van Dali. Vandaar geen dagvullend programma, maar een gezellig theekransje in een zonnig park in de stad. In het gezelschap van zijn vijftienjarige zoon ("Hij moet erbij zijn om zijn Engels te oefenen; stel hem maar veel vragen!") hadden we het over Mister en mevrouw He (en over de tol van ouder worden), over de merkwaardige historie van het boek, over leven in China. Lu-Jiang prees de vooruitgang, maar betreurde de teloorgang van Chinese traditionele waarden. Soms zitten die in piepkleine dingen. Voor Chinezen benader je alles van groot naar klein, van het algemene naar het specifieke, van het universele naar het individuele. Neem bv. een adres: een Chinees zegt "China, Yunnan, Dali, Dali University, Mr. He Lu-Jiang". Wij doen het net omgekeerd. Ook met data en uren is het net zo: Chinezen zeggen "2010, juli, 31, 15u30". Typerend voor de veranderingen, aldus Lu-Jiang, is dat dergelijke systemen nu verwateren: je ziet in China nu ook westerse data en adressen, waardoor het niet meer duidelijk is wat precies bedoeld wordt. Een detail, maar het zegt veel over China en over Lu-Jiangs reserves t.o.v. van de invloed van het westen, dat hem klaarblijkelijk individualistischer overkomt.
De zoon van de zoon sprak met ons over zijn school: vijf volle dagen per week (geen halve woensdag) en véél huiswerk. Gevolg: heel veel scholieren slapen tijdens de les, op hun bank. Naast de reguliere lessen volgt zoonlief nog vier keer per week avondles: Engels, wiskunde en fysica. Eén kind, één kans op een toekomst, en die moet je waarmaken. Lu-Jiang sprak over zijn verantwoordelijkheid als vader over de toekomst van zijn enige kind—relativerend en er tegelijk toch scherp van bewust. De sprong was vlug gemaakt naar de éénkindpolitiek van China. Boeren op het platteland mogen meer kinderen hebben: als Lu-Jiang dus voor een bestaan in het rurale Sangbodian had gekozen, hadden hij en zijn vrouw niet zo hard hoeven hopen op een tweeling, een hoop gevoed door een tweelingvoorgeschiedenis in de familie …
Ook de religie van de Chinezen passeerde de revue: officieel zijn de Chinezen niet echt gelovig, maar in de praktijk belijden er velen het Boeddhisme. Daarnaast is het Christendom aan een opmars bezig en vind je ook hier en daar moslimgemeenschappen. Maar hoe dan ook blijft religie vandaag de dag voor de Chinees een persoonlijke zaak, die je in je hoofd of binnenskamers beleeft, met als gevolg: geen cijfers of gegevens over de algemene godsdienstige gesteldheid van het land.
Familie, maatschappij, verleden en toekomst: universele vraagstukken, op een andere manier benaderd in China dan in West-Europa, maar op een dieper niveau duiken toch steeds dezelfde vragen op. Het uitwisselen van deze gedachten en bedenkingen leerde ons China beter kennen van binnen uit. We wensen de familie He het allerbeste en hopen hen ooit eens een Belgische pint te kunnen aanbieden op een Gents plein. We nemen een pak groeten mee naar huis voor Jean-Marie en zijn familie.

Pieter

Kamer met zicht op rijst

Om in een andere wereld terecht te komen, hoef je niet altijd grote stappen te zetten. Amper twee uur noordwaarts van Guilin, voor China op een boogscheut afstand, rijden we de groene heuvels in waar de minderheden van de Yao, de Dhong en vooral de Zhuang wonen in hun houten huizen op de bergflanken. Elektriciteit en telefonie drongen er pas recent door. De streek is vooral bekend voor de indrukwekkende wijze waarop de mensen er al eeuwen aan een stuk de natuur naar hun hand zetten. Terras na terras veroveren ze stukjes landbouwgrond op het grillige reliëf. Ondanks deze menselijke ingrepen heeft het resultaat tegelijkertijd iets ongeschonden ongerepts én iets harmonieus bewerkts. Je kan niet anders dan zwaar onder de indruk zijn van het ritme van eindeloze rijstterrassen in al hun schakeringen van groen.
Om de dorpjes binnen te komen betaal je een entreeticket op de enige toegangsweg. Ons dorp heet Ping'an en bestaat volledig uit houten huizen, verbonden door weggetjes als trappen. Van echte straten kan je niet spreken—en dus ook: geen auto's, fietsen, verkeersborden. De tocht naar ons hotel, dat niet geheel ontoevallig bovenaan het dorp ligt, is dus een steile klim. Voor het gemak der toeristen en de portemonnee der dorpelingen staan bereidwillige dragers klaar: oude vrouwtjes met manden voor de bagage, duo's mannen met draagstoelen. Moreel dilemma: niet toegeven om je als rijke westerling deze vorm van slavernij te laten welgevallen, of de dorpelingen dat beetje geld toch gunnen.
Vanuit onze hotelkamer, ook volledig in hout opgetrokken, hebben we zicht op de glooiende terrassen: mooier hebben we nooit gelogeerd gezeten.
Ping'an heeft nog een verrassing in petto: de Zhuang-vrouwen knippen hun haar nooit en draaien het als een soort tulband sierlijk rond het hoofd. Als je in hun winkeltjes een souvenir koopt, zijn ze graag bereid hun elegante kapsel te ontrollen en hun fenomenale haardos te etaleren (zie foto's). Onze lokken steken er maar magertjes tegen af.

Pieter

(download)