Hong Kong terminus
Ons Chinese avontuur zit er bijna op: nog een laatste plons in het dakzwembad van het hotel en vanavond de nachtvlucht huiswaarts, weg uit dit boeiende land, op naar 15 graden frisser. Pieter
Het is alom gekend dat het Chinese Engels niet echt je dat is. En erg is dat niet: je kan het een aziaat moeilijk kwalijk nemen weinig kennis te hebben van zo'n verre en vreemde taal als het Engels. Wat wél bijzonder vreemd en lachwekkend is, is de zondvloed aan fouten op officiële aankondigingen en borden. Je kan geen paneel of affiche lezen of er staan fouten in elke zin. Zelfs op in hout gesculptuurde toeristische borden, op monumentale, metershoge, in marmer opgetrokken en van zorgvuldig gekalligrafeerde letters voorziene pancartes: het wemelt van de fouten. Dat de slimme Chinezen niet zo verstandig zijn om net vóór het vervaardigen de tekst eens te laten nalezen door iemand die iets van Engels kent, het is een raadsel. Nu prijken overal in het land verspreid de lachwekkende resultaten van hun onnauwkeurigheid. Enerzijds krioelt het van de spelfouten, anderzijds staat het vol kromme constructies en letterlijke vertalingen—alsof een Vlaming het zinnetje "ik ga naar huis" in het Engels zou vertalen als "I go to house". Probeer eens de uitleg te begrijpen op de verpakking van de zakdoekjes op de foto in bijlage: dit is geen geïsoleerd geval, maar een constante.
Veel tempels staan in een prachtige natuurlijke omgeving, waar brandgevaar een risico is. Vandaar overal mooie houten bordjes "No naked fire here, please". In het zeer toeristische Lijiang krijg je als bezoeker constant stichtende boodschappen. Eentje ervan, overal in de stad op prachtige borden te lezen: "Don' forget to keep civilized behavior during outing. and also shopping should be rational."
In Guilin wil men iets doen aan rijden onder invloed van alcohol. Langs de weg hangen grote spandoeken met de boodschap "If you drunk drive, I will remarry otters".
Het gekst, grappigst en pijnlijkst tegelijk zijn echter de leuzes op T-shirts. Je ziet ze constant en overal: de Chinezen dwepen met westerse cultuur en Engelse termen. Een kleine selectie van wat we dagelijks te zien krijgen (elke zin komt van op een andere shirt):
En zo gaat het maar door …
Gehuld in deze pareltjes doen de Chinezen niets liever dan poseren voor de foto. Overal poseren. Altijd poseren. Het liefst in een gekunstelde houding, voor een weinig zeggende achtergrond (een bord aan de inkom van een gebouw, een onbenullige pijl, een reclamepaneel voor een winkel, …). Tot hun geliefkoosde poses behoren: de vingers tot een 2- of V-teken gespreid, beide armen zijwaarts gestrekt, zijwaarts gedraaid en één been achteruit opgetrokken, een paal of pijl aaiend, enz … Heel even heb ik met de gedachte gespeeld om deze poses te imiteren in een eigen fotosessietje à la Chinoise, maar het besef van gegarandeerd misbruik van deze belachelijke foto's heeft die overweging snel in de kiem gesmoord.
Een week geleden vond een bijzondere ontmoeting plaats—het sluitstuk van de He-missie. Het uit de doeken doen van wie of wat die He precies is, laat ik graag over aan gastschrijver Jean-Marie Schepens, naast (ex-)dorpsgenoot (beiden maakten we Gavere, prinsdom aan de Schelde, reeds meermaals onveilig) en oud-collega tevens patroon van de missie.
Ik laat Jean-Marie even aan het woord:
Een missie voor Pieter in China
Als ik weet heb van een naar China reizende vriend met zin voor avontuur én sociaal contact, bloeit mijn Chinese ‘friendship tree’ – zoals zij het graag bloemrijk uitdrukken – en moet ik die marcopolo’s een missie meegeven (wat mij betreft steeds een leuk gegeven op reis: een subdoeletje). Die luidt: probeer mister He Li-Yi te bezoeken in Dali of Shangbodian en doe hem mijn warmste groeten, omhels hem. Wie is mr He?
Hij is een gepensioneerde Chinese leraar Engels uit Kunming (en Dali) die door Mao’s Culturele Revolutie als verrader werd bestempeld en uit zijn milieu werd gedeporteerd om werkkampen te doen zoals bomen rooien voor de aanleg van een dam, buffels hoeden, olie uit perzikpitten winnen of vernederende taken zoals de publieke toiletten leegmaken en daarmee de rijstvelden bemesten. In 1985 onder Deng Xiao Ping werd mr He gerehabiliteerd als leraar Engels, maar dat laatste was zo geoxydeerd dat via het leraarsmagazine Practical English Teaching (PET) contact zocht ‘om zijn Engels te oefenen’. Zo correspondeerden wij met elkaar en elkaars klassen Engels, van 1985 tot 1996, het jaar waarin de familie Defraeye ons uitnodigde naar Shanghai en we daaraan een excursie van 2.000 km verder koppelden naar de provincie Yunnan. De ontmoeting met mr He was uniek: hij had midden de drukste straat van Dali een enorm bord opgesteld: Welcome to the Schepens Family! Hij runde toen on the side zijn Mr China’s Son Cultural Exchange Bridge Café (cf. Lonely Planet van toen). Daar verkocht hij zijn in het Engels geschreven levensverhaal in boekvorm. Ik beloofde hem het te vertalen in het Nederlands. Dat geschiedde en ik kon het uitgeven bij Houtekiet (‘Zoon van China’) op voorwaarde dat mr He himself het boek kwam promoten in de media. Hij combineerde dat met een reis van gastcolleges aan Amerikaanse univs en gaf in België en Nederland interviews aan alle vooraanstaande kranten en tijdschriften. Hij hield ook een voordracht met dia’s aan de UGent én in ... De Gulzigen Bok in Vurste, waar 120 mensen waren en er slechts 60 binnen kunnen, vandaar onvervalste Chinese chaos. Mr He beleefde hier de time of his life (cf. foto’s bij Madeleine, in den Uilenspiegel etc.) Dat was in 2000 en sindsdien heb ik hem niet meer terug gezien. Hij is nu 80. Daarom wil ik hem altijd een dikke hug geven via een vriend. Dat was (o.a. ook Franklin Hermie’s) Pieters missie in China. Mr He heeft zich echter teruggetrokken in de bergen van Yunnan en schuwt contact wegens zijn ouderdom. Zijn zoon He Lu-Jiang nam de rol van gastheer over van mr He. Hij was één weg voor Pieter om China ‘van binnen uit’ te leren kennen. (Jean-Marie Schepens, die de blog van Pieter met dit oogmerk speciaal volgt)
Uiteraard pakten we deze koe bij de horens. Dat het wat voeten in de aarde gehad heeft om de juiste wijze van communiceren te vinden, zal wel begrijpelijk zijn, maar na heel wat e-mails en telefoontjes bleek onze gesprekspartner Lu-Jiang te zijn, de zoon van Mr. He. Tot onze grote spijt kon He himself niet afzakken naar Dali: de afstand is voor zijn hoge leeftijd te ver. Hem in zijn eigen Sangbodian bezoeken was volgens hem en Lu-Jiang geen optie—te ver, te afgelegen (te primitief?).Om in een andere wereld terecht te komen, hoef je niet altijd grote stappen te zetten. Amper twee uur noordwaarts van Guilin, voor China op een boogscheut afstand, rijden we de groene heuvels in waar de minderheden van de Yao, de Dhong en vooral de Zhuang wonen in hun houten huizen op de bergflanken. Elektriciteit en telefonie drongen er pas recent door. De streek is vooral bekend voor de indrukwekkende wijze waarop de mensen er al eeuwen aan een stuk de natuur naar hun hand zetten. Terras na terras veroveren ze stukjes landbouwgrond op het grillige reliëf. Ondanks deze menselijke ingrepen heeft het resultaat tegelijkertijd iets ongeschonden ongerepts én iets harmonieus bewerkts. Je kan niet anders dan zwaar onder de indruk zijn van het ritme van eindeloze rijstterrassen in al hun schakeringen van groen.
Om de dorpjes binnen te komen betaal je een entreeticket op de enige toegangsweg. Ons dorp heet Ping'an en bestaat volledig uit houten huizen, verbonden door weggetjes als trappen. Van echte straten kan je niet spreken—en dus ook: geen auto's, fietsen, verkeersborden. De tocht naar ons hotel, dat niet geheel ontoevallig bovenaan het dorp ligt, is dus een steile klim. Voor het gemak der toeristen en de portemonnee der dorpelingen staan bereidwillige dragers klaar: oude vrouwtjes met manden voor de bagage, duo's mannen met draagstoelen. Moreel dilemma: niet toegeven om je als rijke westerling deze vorm van slavernij te laten welgevallen, of de dorpelingen dat beetje geld toch gunnen.
Vanuit onze hotelkamer, ook volledig in hout opgetrokken, hebben we zicht op de glooiende terrassen: mooier hebben we nooit gelogeerd gezeten.
Ping'an heeft nog een verrassing in petto: de Zhuang-vrouwen knippen hun haar nooit en draaien het als een soort tulband sierlijk rond het hoofd. Als je in hun winkeltjes een souvenir koopt, zijn ze graag bereid hun elegante kapsel te ontrollen en hun fenomenale haardos te etaleren (zie foto's). Onze lokken steken er maar magertjes tegen af.