Het verhaal van Mister He, of de missie in China
Een week geleden vond een bijzondere ontmoeting plaats—het sluitstuk van de He-missie. Het uit de doeken doen van wie of wat die He precies is, laat ik graag over aan gastschrijver Jean-Marie Schepens, naast (ex-)dorpsgenoot (beiden maakten we Gavere, prinsdom aan de Schelde, reeds meermaals onveilig) en oud-collega tevens patroon van de missie.
Ik laat Jean-Marie even aan het woord:
Een missie voor Pieter in China
Als ik weet heb van een naar China reizende vriend met zin voor avontuur én sociaal contact, bloeit mijn Chinese ‘friendship tree’ – zoals zij het graag bloemrijk uitdrukken – en moet ik die marcopolo’s een missie meegeven (wat mij betreft steeds een leuk gegeven op reis: een subdoeletje). Die luidt: probeer mister He Li-Yi te bezoeken in Dali of Shangbodian en doe hem mijn warmste groeten, omhels hem. Wie is mr He?
Hij is een gepensioneerde Chinese leraar Engels uit Kunming (en Dali) die door Mao’s Culturele Revolutie als verrader werd bestempeld en uit zijn milieu werd gedeporteerd om werkkampen te doen zoals bomen rooien voor de aanleg van een dam, buffels hoeden, olie uit perzikpitten winnen of vernederende taken zoals de publieke toiletten leegmaken en daarmee de rijstvelden bemesten. In 1985 onder Deng Xiao Ping werd mr He gerehabiliteerd als leraar Engels, maar dat laatste was zo geoxydeerd dat via het leraarsmagazine Practical English Teaching (PET) contact zocht ‘om zijn Engels te oefenen’. Zo correspondeerden wij met elkaar en elkaars klassen Engels, van 1985 tot 1996, het jaar waarin de familie Defraeye ons uitnodigde naar Shanghai en we daaraan een excursie van 2.000 km verder koppelden naar de provincie Yunnan. De ontmoeting met mr He was uniek: hij had midden de drukste straat van Dali een enorm bord opgesteld: Welcome to the Schepens Family! Hij runde toen on the side zijn Mr China’s Son Cultural Exchange Bridge Café (cf. Lonely Planet van toen). Daar verkocht hij zijn in het Engels geschreven levensverhaal in boekvorm. Ik beloofde hem het te vertalen in het Nederlands. Dat geschiedde en ik kon het uitgeven bij Houtekiet (‘Zoon van China’) op voorwaarde dat mr He himself het boek kwam promoten in de media. Hij combineerde dat met een reis van gastcolleges aan Amerikaanse univs en gaf in België en Nederland interviews aan alle vooraanstaande kranten en tijdschriften. Hij hield ook een voordracht met dia’s aan de UGent én in ... De Gulzigen Bok in Vurste, waar 120 mensen waren en er slechts 60 binnen kunnen, vandaar onvervalste Chinese chaos. Mr He beleefde hier de time of his life (cf. foto’s bij Madeleine, in den Uilenspiegel etc.) Dat was in 2000 en sindsdien heb ik hem niet meer terug gezien. Hij is nu 80. Daarom wil ik hem altijd een dikke hug geven via een vriend. Dat was (o.a. ook Franklin Hermie’s) Pieters missie in China. Mr He heeft zich echter teruggetrokken in de bergen van Yunnan en schuwt contact wegens zijn ouderdom. Zijn zoon He Lu-Jiang nam de rol van gastheer over van mr He. Hij was één weg voor Pieter om China ‘van binnen uit’ te leren kennen. (Jean-Marie Schepens, die de blog van Pieter met dit oogmerk speciaal volgt)
Uiteraard pakten we deze koe bij de horens. Dat het wat voeten in de aarde gehad heeft om de juiste wijze van communiceren te vinden, zal wel begrijpelijk zijn, maar na heel wat e-mails en telefoontjes bleek onze gesprekspartner Lu-Jiang te zijn, de zoon van Mr. He. Tot onze grote spijt kon He himself niet afzakken naar Dali: de afstand is voor zijn hoge leeftijd te ver. Hem in zijn eigen Sangbodian bezoeken was volgens hem en Lu-Jiang geen optie—te ver, te afgelegen (te primitief?).De tijden dat een westerse toerist aan zijn lot, en dus aan Chinese vrienden, overgelaten was om de streek te kunnen verkennen, zijn al lang achter de rug. En net als heel veel Chinezen heeft Lu-Jiang het ontzettend druk met zijn werk, als English teacher op de univ van Dali. Vandaar geen dagvullend programma, maar een gezellig theekransje in een zonnig park in de stad. In het gezelschap van zijn vijftienjarige zoon ("Hij moet erbij zijn om zijn Engels te oefenen; stel hem maar veel vragen!") hadden we het over Mister en mevrouw He (en over de tol van ouder worden), over de merkwaardige historie van het boek, over leven in China. Lu-Jiang prees de vooruitgang, maar betreurde de teloorgang van Chinese traditionele waarden. Soms zitten die in piepkleine dingen. Voor Chinezen benader je alles van groot naar klein, van het algemene naar het specifieke, van het universele naar het individuele. Neem bv. een adres: een Chinees zegt "China, Yunnan, Dali, Dali University, Mr. He Lu-Jiang". Wij doen het net omgekeerd. Ook met data en uren is het net zo: Chinezen zeggen "2010, juli, 31, 15u30". Typerend voor de veranderingen, aldus Lu-Jiang, is dat dergelijke systemen nu verwateren: je ziet in China nu ook westerse data en adressen, waardoor het niet meer duidelijk is wat precies bedoeld wordt. Een detail, maar het zegt veel over China en over Lu-Jiangs reserves t.o.v. van de invloed van het westen, dat hem klaarblijkelijk individualistischer overkomt.
De zoon van de zoon sprak met ons over zijn school: vijf volle dagen per week (geen halve woensdag) en véél huiswerk. Gevolg: heel veel scholieren slapen tijdens de les, op hun bank. Naast de reguliere lessen volgt zoonlief nog vier keer per week avondles: Engels, wiskunde en fysica. Eén kind, één kans op een toekomst, en die moet je waarmaken. Lu-Jiang sprak over zijn verantwoordelijkheid als vader over de toekomst van zijn enige kind—relativerend en er tegelijk toch scherp van bewust. De sprong was vlug gemaakt naar de éénkindpolitiek van China. Boeren op het platteland mogen meer kinderen hebben: als Lu-Jiang dus voor een bestaan in het rurale Sangbodian had gekozen, hadden hij en zijn vrouw niet zo hard hoeven hopen op een tweeling, een hoop gevoed door een tweelingvoorgeschiedenis in de familie …
Ook de religie van de Chinezen passeerde de revue: officieel zijn de Chinezen niet echt gelovig, maar in de praktijk belijden er velen het Boeddhisme. Daarnaast is het Christendom aan een opmars bezig en vind je ook hier en daar moslimgemeenschappen. Maar hoe dan ook blijft religie vandaag de dag voor de Chinees een persoonlijke zaak, die je in je hoofd of binnenskamers beleeft, met als gevolg: geen cijfers of gegevens over de algemene godsdienstige gesteldheid van het land.
Familie, maatschappij, verleden en toekomst: universele vraagstukken, op een andere manier benaderd in China dan in West-Europa, maar op een dieper niveau duiken toch steeds dezelfde vragen op. Het uitwisselen van deze gedachten en bedenkingen leerde ons China beter kennen van binnen uit. We wensen de familie He het allerbeste en hopen hen ooit eens een Belgische pint te kunnen aanbieden op een Gents plein. We nemen een pak groeten mee naar huis voor Jean-Marie en zijn familie. Pieter
