Mode, décolletés en cool kids

In twee stappen naar "meer beschaving", dat is hoe de tocht China–Macau–Hong Kong aanvoelt—tenminste als je propere straten en manieren als een graad van beschaving beschouwt. Wat mij betreft heb ik voor de Chinese overheid twee tips: (1) het inzetten en blijvend in de publieke ruimte operationeel houden van een vloot hogedrukreinigers (naar verluidt zijn er degelijke modellen made in China verkrijgbaar) en (2) het verplicht, gecontroleerd en blijvend invoeren van een cursus betere manieren, etiquette en wellevendheid in de omgangsvormen (te beginnen met een verbod op rochelen, spuwen en luid boeren in het openbaar)—zo'n beetje zoals Kurt Van Eeghem destijds poogde met zijn Courtoisiereeks. Het opkrikken van straathygiëne en fatsoen mag dan een haast onmogelijke klus lijken, de Chinese regering kan op een degelijke reputatie buigen wat betreft van bovenaf opgelegde hervormingen.
Heel anders is het hier in het fatsoenlijke en tropisch-frisse Hong Kong. Zó fraai zelfs, dat je bepaalde typisch Chinese fenomenen zou vergeten. Daarom: bij deze een korte terugblik op enkele eigenaardige constanten in de voorbije ruime maand. Vandaag op het menu: Chinese mode.

Een kleine minderheid van de Chinezen, vooral de oudere mensen, blijft de typische kledij uit de hoogdagen van het communisme dragen: de Mao-jasjes, zwarte schoentjes, net iets te korte broek. Nog traditioneler zijn de etnische minderheden: zij blijven zich tot vandaag nog onderscheiden door hun bijzondere gewaden en eigen kleuren. Wat echter meer onze aandacht verdient is de kledij van de man en vrouw in de straat, de modale Chinees. Bij de mannen valt er niet veel op te merken, op het vreemde feit na dat ze bij warm weer hun shirts omhoog oprollen, zodat de onderste helft van hun buik zichtbaar wordt. Neem het van ons aan: geen zicht.
Van de doorsnee Chinese vrouw kan niet gezegd worden dat ze geen aandacht besteedt aan haar uiterlijk: terwijl in België een aanzienlijk deel van de vrouwelijke bevolking erbij loopt alsof het Chirokamp net moet beginnen, gaan in China hakschoenen, schminkdozen en elegante jurkjes vlot over de toonbank. Wat onmiddellijk opvalt is de vreemde keuze van materialen: voor de schoenen overheerst plastiek (vooral in Beijing is de lederen schoen een zeldzaamheid), voor de kledij vind je een waaier aan nylon-achtige synthetische stofjes, als doopsuikernetjes of suikerbollenzakjes, precies crêpepapier, waarmee we vroeger bloemen maakten. De truitjes en jurkjes zijn vrijwel altijd bedrukt met vaak krullige of bloemachtige motieven, meestal in pastelkleuren of fluo en heel vaak versierd met blinkende en flikkerende afwerking, nylon-kanten randjes, franjes. Het geheel heeft vaak iets van poppe- of prinsessekleertjes of een eerstecommunietenu, soms zelfs van lingerie. De blinkers zijn vaak hart- of diamantvormig en de prints bevatten meestal melige woorden als happy, love, harmony, heaven … wat enigszins kinderlijk overkomt. Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat veel garderobes van volwassen Chinese vrouwen nogal kinds zijn en niet zouden misstaan in de gemiddelde Vlaamse verkleedkoffer.
De opmaak en opsmuk die je hier vaak ziet is verre van lomp, veeleer fijn en elegant, maar toch niet echt sexy—het heeft meer iets sprookjesachtig. Over sexy gesproken: wat in China totaal ontbreekt zijn decolletés: de net iets dieper ingesneden blouse is hier een schaars fenomeen. Dit betekent helemaal niet dat de vrouw er hier preuts bijloopt of zich helemaal verhult, laat staan dat ze gebukt gaat onder iets als het compleet absurde juk dat de gemiddelde moslimvrouw heden ten dage moet torsen, in een verstikkende houdgreep gekneld door zogezegd heilige tradities onder het mom van een door mannen en macht bekrompen gehouden Godsdienst. Wel integendeel: er lopen hier knappe vrouwen rond die zich graag laten zien, maar de decolleté hoort niet bij die parade.
Er dient ook opgemerkt dat slechte combinaties hier vaak een aanval op het netvlies vormen. Oké, over smaak valt te twisten, maar net zoals je geen frieten bij rode kool of mayonaise bij koffie eet, combineer je ook geen blouse met rozenprint met een tijgerbroek, bovenop fluo baskets. In China kan het perfect: men graaie willekeurig in de kleerkast en men trekke aan. Als je weet dat hét attribuut bij uitstek de namaakhandtas is (Gucci, Vuitton en Chanel zijn hier gemeengoed), dan kan je je wel een voorstelling maken bij de potsierlijke verschijningen die vaak ons gezichtsveld kruisten. Kers op de taart vormt héél vaak een T-shirtbedrukking vol fouten tegen het Engels, maar daarover later meer.
Als wapens tegen de zonne-angst bestaat een heel arsenaal aan beschutting, dat liefst in veelvouden gecombineerd wordt onder de beschermende paraplu: grote kleppen, flapperende hoeden, zwalpende hoofddeksels, handschoenen, extra mouwen, jasjes achterstevoren aangetrokken, … Chinezen houden van een blanke huid, blijkbaar. Waar ze ook een voorliefde voor hebben, is uniformiteit. Vaak zie je hier koppels of hele gezinnen in dezelfde kledij, met dezelfde T-shirts, dezelfde schoenen, dezelfde kleuren, … Raar maar waar. Even terzijde: ook de Vlaamse toerist (een niet eens zo zeldzaam fenomeen in China) laat zich eveneens graag herkennen door zijn uniform. Beige shirt, beige broek (liefst bermuda, van veel zakken voorzien of van het afritsbare type), heuptasje, crocs of monsterlijke tevasandalen, een rugzakje met 38 vakjes en een drinkslang en een algemene look als betrof deze reis een tropenexpeditie. Ik ken winkels die aan deze vorm van kuddegeest fortuinen verdienen.
Een aparte plaats in dit kleurrijke tafereel proberen de cool kids in te nemen, de hipsters die hard proberen een eigen plek te veroveren in dit land van zwarte haardossen en kuddegeest. Op aandoenlijke wijze experimenteren ze met kledij en kapsel om er anders dan de rest uit te zien, een fenomeen dat universeel is, alleen hier niet altijd het gewenste resultaat oplevert, met hun gepermanenteerde en gecrepeerde kapsels, de baseballpet er vakkundig bovenop geplaatst. "Ge zoudt ze vijf frank geven", denk ik wel eens, en gaf je ze de opdracht om te voet het centrum van Gent door te trekken, ze haalden de andere kant van de stad niet zonder dat de plaatselijke jeugd spontaan de oude traditie van pek en veren in ere herstelde.
Tot slot, en niet zonder afgrijzen, dient de kleine dikkerd vermeld te worden, opvallend in een wereld van slankheid. Als treurig exponent van de rijker wordende nieuwe Chinese middenklasse, duikt het pafferige kleine zoontje steeds vaker op, vetgemest door trotse ouders, zweetparels op het voorhoofd, plooi in de nek, met zwabberende leden. Het degoutantst is zo'n popperd wanneer hij vanop de passagierszetel van een witte BMW met z'n in vet verzonken oogjes de massa aanschouwt, geflankeerd door twee slanke ouders en een slank zusje. Ik gruwel bij de aanblik van deze kleine keizers.
Laten deze uitwassen echter geen negatief beeld nalaten: meer dan eens waren we gecharmeerd door de openheid en hoffelijkheid van de Chinezen, die ons doorgaans goedlachs en vriendelijk onthaalden—een contrast met de koude afstandelijkheid die ons vanaf volgende week in de openbare plaatsen van ons land te wachten staat.

Pieter

(download)