Moon Hill, Water Caves en aalscholvervissen
Mocht je het nog niet doorhebben: het is fijn toeven in en rond Yangshuo. Voor we nogmaals de buiten op trekken, lopen we nog even langs op de lokale overdekte markt—benieuwd of we de hond, rat ("bamboerat", meerbepaald) en slang van op de menu's zouden te zien krijgen. Frigo's en ijs zoek je er tevergeefs, maar hopen opgestapelde bekende en onbekende fruit- en groentesoorten flankeren er nét wel en nét niet geslachte diersoorten. Je kiest er als klant je kippetje, vis, schaaldier, slang of konijn uit uit de juiste kooi of emmer, en enkele slacht- en schoonmaakbewegingen later heb je je vlees mee, levendevers—niet voor gevoelige kijkers.
Chinezen geven objecten uit de natuur (een steen, een rotspartij, een boom, een berg) graag tot de verbeelding sprekende namen. Zo wordt een heuvel al snel "Moon Hill" genoemd. Vanop die maanheuvel overschouwen we nogmaals de prachtige streek. Terug beneden durven we het aan een alom geafficheerde must te gaan bezoeken: de zgn. "Water Caves": grotten met o.a. modderbaden en warmwaterbronnen. Op alle posters en folders wordt er gewaarschuwd dat er ook "valse" watergrotten zijn, waar je als toerist voor hetzelfde geld heel wat minder krijgt. Heel de reclamecampagne, incl. aandoenlijk gephotoshopte bootjes die op onnatuurlijk blauw water de grot binnenvaren, wekt een verwachtingspatroon naar iets professioneels. Een gammele rammelbak die ons naar de entree transporteerde, reed heel dat verwachtingspatroon in één rit naar de vaantjes. Wat er nog van restte werd door de ingangspoort (ongeveer alsof je langs de hof van een boer zijn schuur zou binnentreden) compleet met de grond gelijk gemaakt. Very professional indeed.
De grot zelf maakte die indruk ruimschoots goed: een lange uitgestrekte reeks zalen en gangen, met loopbruggetjes en eenvoudige elektrische verlichting, prachtige stalactieten en stalagmieten, colonnes, tot de verbeelding sprekende rotsformaties, … Tijdens de tocht werden we vergezeld door een groep Chinese toeristen. De gids gaf zijn uitleg in het Chinees en het Engels. Net als bij vorige gidsbeurten op andere plekken, trof ons weer de voor ons zeer ongewone manier van gidsen: i.p.v. uitleg achter en over de dingen—in dit geval: wat geologie, wat informatie over hoe de grotten ontstaan zijn, wat toelichting bij de bijzondere natuurlijke fenomenen die we onder ogen kregen, krijg je een puur oppervlakkige beschrijving van wat je zelf kan zien, hier en daar aangevuld met compleet belachelijke vergelijkingen tussen de vorm van een rots en iets uit de werkelijkheid. Enkele voorbeelden: hier zie je een grote rots; deze rotsen lijken op de vleugels van een vlinder; daar zie je precies een zittende Boeddha; hier komt water uit de grond; en zo gaat het tot in den treure door. Dat het niet aan het gebrekkige Engels ligt, weten we wel zeker: ook gidsen bedreven in de Engels taal blijven constant op de oppervlakte, en wanneer je tempels, musea of sites bezoekt waar je grote tweetalige pancartes ziet met uitleg over een gebouw of beeld, zegt de tekst nooit iets meer dan wat je zelf ook kan zien (genre: hier zie je een Boeddha, met aan zijn linkerkant nog een Boeddha, terwijl aan zijn rechterzijde ook een Boeddha zit).
Om ons grotbezoek te besluiten past het nog iets te vermelden over de groep Chinese toeristen die ons omringde en de andere groepen die ons pad kruisten. In de grot sigaretten opsteken, om het luidst roepen (leuke echo's in zo'n grot), zingen, luid praten, de stomste poses aannemen, alles aanraken en het wereldrecord foto's nemen proberen verbreken: werkelijk alles wat wij als westerling zouden nalaten te doen in zo'n wonderlijke omgeving, doen zij om het hardst. Wij voelden dat de grot ons aanmaande te fluisteren, vol ontzag de eeuwenoude grillige vormen met respect te behandelen. Zij walsten er als een kleuterkudde doorheen. Groot was de verlossing toen we ze achter ons lieten, en zeker een halfuur lang alleen, samen met twee Fransen, door de stille gangen wandelden.
's Avonds gingen we in het halve duister het meer op, om te zien hoe vissers hun getrainde aalscholvers gebruiken om vis te vangen. Rond hun hals is een touwtje geknoopt, dat hen belet de vis door te slikken: wanneer de visser dit merkt trekt hij hen op de boot en haalt de vis uit hun bek. Na de vangst wordt het halsbandje losser gemaakt en mogen de jagers hun trek stillen—een vreemde maar fascinerende samenwerking tussen mens en dier.
We hadden nog Chinese kooklessen kunnen volgen, gaan raften of de streek nog wat verder verkennen, maar de laatste week van ons Chinees avontuur gaat in. Straks nemen we de nachtbus naar Zhuhai, aan de zuidkust. Daar stappen we morgenvroeg het mainland uit en lopen we het schiereiland Macau binnen, een oud-Portugese kolonie en nu het Las Vegas van het oosten. Pieter --
This message has been scanned for viruses and
dangerous content by MailScanner, and is
believed to be clean.
Chinezen geven objecten uit de natuur (een steen, een rotspartij, een boom, een berg) graag tot de verbeelding sprekende namen. Zo wordt een heuvel al snel "Moon Hill" genoemd. Vanop die maanheuvel overschouwen we nogmaals de prachtige streek. Terug beneden durven we het aan een alom geafficheerde must te gaan bezoeken: de zgn. "Water Caves": grotten met o.a. modderbaden en warmwaterbronnen. Op alle posters en folders wordt er gewaarschuwd dat er ook "valse" watergrotten zijn, waar je als toerist voor hetzelfde geld heel wat minder krijgt. Heel de reclamecampagne, incl. aandoenlijk gephotoshopte bootjes die op onnatuurlijk blauw water de grot binnenvaren, wekt een verwachtingspatroon naar iets professioneels. Een gammele rammelbak die ons naar de entree transporteerde, reed heel dat verwachtingspatroon in één rit naar de vaantjes. Wat er nog van restte werd door de ingangspoort (ongeveer alsof je langs de hof van een boer zijn schuur zou binnentreden) compleet met de grond gelijk gemaakt. Very professional indeed.
De grot zelf maakte die indruk ruimschoots goed: een lange uitgestrekte reeks zalen en gangen, met loopbruggetjes en eenvoudige elektrische verlichting, prachtige stalactieten en stalagmieten, colonnes, tot de verbeelding sprekende rotsformaties, … Tijdens de tocht werden we vergezeld door een groep Chinese toeristen. De gids gaf zijn uitleg in het Chinees en het Engels. Net als bij vorige gidsbeurten op andere plekken, trof ons weer de voor ons zeer ongewone manier van gidsen: i.p.v. uitleg achter en over de dingen—in dit geval: wat geologie, wat informatie over hoe de grotten ontstaan zijn, wat toelichting bij de bijzondere natuurlijke fenomenen die we onder ogen kregen, krijg je een puur oppervlakkige beschrijving van wat je zelf kan zien, hier en daar aangevuld met compleet belachelijke vergelijkingen tussen de vorm van een rots en iets uit de werkelijkheid. Enkele voorbeelden: hier zie je een grote rots; deze rotsen lijken op de vleugels van een vlinder; daar zie je precies een zittende Boeddha; hier komt water uit de grond; en zo gaat het tot in den treure door. Dat het niet aan het gebrekkige Engels ligt, weten we wel zeker: ook gidsen bedreven in de Engels taal blijven constant op de oppervlakte, en wanneer je tempels, musea of sites bezoekt waar je grote tweetalige pancartes ziet met uitleg over een gebouw of beeld, zegt de tekst nooit iets meer dan wat je zelf ook kan zien (genre: hier zie je een Boeddha, met aan zijn linkerkant nog een Boeddha, terwijl aan zijn rechterzijde ook een Boeddha zit).
Om ons grotbezoek te besluiten past het nog iets te vermelden over de groep Chinese toeristen die ons omringde en de andere groepen die ons pad kruisten. In de grot sigaretten opsteken, om het luidst roepen (leuke echo's in zo'n grot), zingen, luid praten, de stomste poses aannemen, alles aanraken en het wereldrecord foto's nemen proberen verbreken: werkelijk alles wat wij als westerling zouden nalaten te doen in zo'n wonderlijke omgeving, doen zij om het hardst. Wij voelden dat de grot ons aanmaande te fluisteren, vol ontzag de eeuwenoude grillige vormen met respect te behandelen. Zij walsten er als een kleuterkudde doorheen. Groot was de verlossing toen we ze achter ons lieten, en zeker een halfuur lang alleen, samen met twee Fransen, door de stille gangen wandelden.
's Avonds gingen we in het halve duister het meer op, om te zien hoe vissers hun getrainde aalscholvers gebruiken om vis te vangen. Rond hun hals is een touwtje geknoopt, dat hen belet de vis door te slikken: wanneer de visser dit merkt trekt hij hen op de boot en haalt de vis uit hun bek. Na de vangst wordt het halsbandje losser gemaakt en mogen de jagers hun trek stillen—een vreemde maar fascinerende samenwerking tussen mens en dier.
We hadden nog Chinese kooklessen kunnen volgen, gaan raften of de streek nog wat verder verkennen, maar de laatste week van ons Chinees avontuur gaat in. Straks nemen we de nachtbus naar Zhuhai, aan de zuidkust. Daar stappen we morgenvroeg het mainland uit en lopen we het schiereiland Macau binnen, een oud-Portugese kolonie en nu het Las Vegas van het oosten. Pieter --
This message has been scanned for viruses and
dangerous content by MailScanner, and is
believed to be clean.
